Hieronder de verhalen die Joop schreef voor Loopkrant.nl:

Bekentenis uit het verleden

Foto ingezonden door Joop KeizerAls je over een eindsprint beschikt zoals ik vroeger kan het heel veel uitmaken hoeveel overwinningen je behaalt. Het is wel eens gebeurd dat ik met zes man de laatste 100 meter inging. Dan kan je zesde of winnaar worden. Door mijn manier van trainen, met veel interval-duurlopen, beschikte ik over een goede eindsprint die mij bijna nooit in de steek liet.

Toch wil ik nu vertellen over een keer dat ik in het zicht van de finish ben verslagen. Het was in 1978 dat voor mijn eigen publiek over de zeedijk richting Enkhuizen de 20 km in Hoorn werd gehouden. In deze tijd liep ik veel wedstrijden met Gerard Berkhout en trainde wel eens met hem in Schoorl. Gerard had ik zien groeien van een trimmer tot een heel goede loper en Gerard kreeg door dat hij mij eindelijk wel eens kon verslaan. Dat liet hij tijdens de trainingen ook zeer duidelijk blijken door mij een beetje te sarren met: “Ja oudje, je gaat er aan zondag”. Eigenlijk plaagde hij mij er al langere tijd mee.

Op de dag van de 20 km wedstrijd zou het dan dus eindelijk gebeuren en wel voor ons eigen publiek. Het was vreselijk weer met windkracht zeven. Onder de lopers was in die tijd, behalve Gerard, ook Rob Strik in bloedvorm. Ook de legendarische veteraan Piet van Alphen, toen al 47 jaar, behoorde tot de favorieten. Met de harde wind in de rug vlogen we naar het keerpunt op de zeedijk. Er was al een kopgroep van zeven lopers afgescheiden van de rest. Tijdens het gedrang bij het keerpunt viel Piet van Alphen en daar ik bang was dat hij misschien gewond was stopte ik om hem weer snel op de been te helpen. Op wat schaafwonden na had Piet verder gelukkig niets, maar we waren wel het contact met de kopgroep kwijt. Door  goed samenwerken kregen we toch weer aansluiting. Net dat we bij de kopgroep waren demarreerde Rob Strik en alleen ik kon hem op dat moment volgen.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Langzaam werd het gat toch behoorlijk groot, omdat bij de achtervolgers niemand veel zin had de kop over te nemen. Rob en ik daarentegen werkten goed samen, maar ik voelde mijn krachten steeds minder worden en als ik de kop overnam werd het tempo steeds beroerder. Omkijkend zag ik Gerard, mijn plaaggeest, los was gekomen van zijn achtervolgers en worstelde moederziel alleen tegen het natuurgeweld. Nu bedacht ik iets dat ik nog nooit eerder had gedaan. Ik vroeg aan Rob, toen hij mij weer vragend aankeek om de kop over te nemen: “Hoe gaat het met jou Rob? Kan jij de laatste kilometer tot de bocht op kop blijven lopen?” Rob, die wist dat hij het in de eindsprint kon vergeten, keek mij aan met een blik van ben jij niet lekker? Ik:”Ro,b ik ben tevreden met een tweede plaats als ik Gerard maar achter me laat. Je kan me vertrouwen.”

Rob had mij sowieso verslagen als ik eerlijk op tijd de kop had overgenomen in een goed tempo. Bij het uitkomen van het laatste rechte stuk met wind mee was het nog 200 meter naar de finish, maar Rob had geen kracht meer. Het koplopen in de storm had te veel van zijn krachten gevergd. Het gevolg was dat ik Rob naar de finish moest coachen: “Rob, kom op sneller! Het publiek weet dat ik kan sprinten. Sneller. Kom, anders geloven ze er niks van. Kom op!” Bij de finish trok ik een verbeten gezicht om alles echt te laten lijken en verloor van Rob met een paar centimeter in dezelfde tijd. Het was niet sportief van mij deze wedstrijd om zo Gerard voor te blijven en ik heb ook nooit meer zoiets gedaan. Het publiek genoot echter wel van een super spannende finish. En ik had weer even uitgesteld dat Gerard Berkhout mij versloeg. Hij werd derde en Piet van Alphen vierde.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Overigens was Gerard een fantastische goede vriend van ons. Hij zorgde er onder meer voor dat mijn vrouw met mij mee kon toen ik in 1981 op uitnodiging met mijn vrouw naar Amerika ging om een 100 km te lopen. Gerard en zijn vrouw zorgden veertien dagen als een heel goede vader en moeder voor onze twee jongste kinderen van anderhalf en drie jaar jong. Gerard, jij weet nu ook wat voor truc ik nodig had om je te verslaan en bij deze mijn verlaten excuus.

—————————————————————————————————————————–

Beknelde zwaan

Foto ingezonden door Joop KeizerNog een kans die ik kreeg om dieren in nood tijdens mijn training te helpen. Ik weet dat de meeste lopers hetzelfde hadden gedaan als ik, maar door verschillende omstandigheden had ik waarschijnlijk meer kans om deze dieren tegen te komen dan de meeste andere hardlopers. De grootste reden, omdat ik overdag trainde. Ik was vrij tussen 12 en 3 uur.

Nu zullen de meesten denken: “Die had het lekker makkelijk. Overdag trainen.” Ja, dat is waar. Vooral ‘s winters nooit in het donker trainen. Geweldig. Daarentegen moesten mijn vrouw en ik ook wel weer werken van 15.00 tot 20.00 en ‘s morgens van 8 uur tot 12 uur. Wel natuurlijk met koffiepauze. Erg lange avonden hadden wij dus niet. Vooral ook omdat wij niet te laat naar bed gingen. Wij moesten ook weer vroeg op om alle kantoren te openen van het bedrijf waar wij als congierge-echtpaar werkten. TV-series waar bijvoorbeeld over gesproken werd de volgende dag waren ons volkomen vreemd. Wij zagen dat nooit. Nu wij echter van ons pensioen genieten missen wij bijvoorbeeld geen enkele aflevering van Little house on the Prairie.

Om een traingsloop in de mooie omgeving van Waterland te maken parkeerde ik de auto altijd op een gratis parkeerplaats even voorbij Durgerdam. Te vinden in Noordelijke richting vanuit Amsterdam. Gelijk aan het eind van het dorpje linksaf en meteen zie je aan je rechterhand een heel ruime vooral stille parkeerplaats waar je je ook nog makkelijk in alle rust kan omkleden. De training begint op een landweggetje dat richting Ransdorp gaat. Ook alweer zo’n prachtig karakteristiek dorpje met een voor dit kleine dorpje veel te grote kerk met een stompe toren, die hoog en vooral stoer boven alles uitsteekt. Wij gebruikten vroeger deze toren altijd als een baken als we op het IJsselmeer zeilden, want dan kwamen wij daarna precies uit op een geweldige natuurbaai in het IJsselmeer om daar te overnachten. Van daar uit kon ik ‘s morgens vroeg mijn trainingsschoenen aan trekken voor een avontuurlijke training in Waterland.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Durgerdam

 

Terug naar de training waar dit verhaal over gaat. Alleen de eerste twee kilometers loop je twee keer:  op de heenweg het het laatste stuk op de terugweg. Op de heenweg zag ik op dat stukje nog net een zwaan onder een ijzeren hek kruipen. Ik schonk er echter verder geen aandacht aan. Ondanks dat er iets in me zei dat het wat eigenaardig leek. Nadat je door Ransdorp bent gelopen kan je kiezen uit verschilende afstanden. De afstanden worden bepaald welke dorpen je wilt aandoen tijdens je training. Je kan kiezen uit 20, 25, 30 of 35 kilometer.

De dorpen zijn buiten het genoemde Ransdorp ook Zunderdorp, Uitdam, Zuiderwoude, Broek in waterland en niet te vergeten de leukste volgens mij, Hollysloot. Hier houdt de wereld echt op en kan je komend met een auto alleen maar weer dezelfde weg terug. En dit allemaal onder de rook van Amsterdam. Echter ben je lopend of met de fiets dan kan je, alleen in de zomer trouwens, je reis nog vervolgen door in het dorp linksaf te gaan en als je daar dan ook niet meer verder kunt zie je aan de waterkant van een meertje een bordje met de woorden VEER. Daar hangt een grote koperen bel bij met een touwtje aan de klepel en als je daar aan trekt komt de veerman je over zetten voor 50 cent. Zelfs toen ik het geld eens vergeten had mee te nemen zette hij mij over met de woorden: “Ach, dat komt wel een keer”. Je wordt overgezet met een soort platte roeiboot met een buitenboordmotor. Aan de overkant aangekomen, daar hangt ook zo’n bel, moet je nog over een paar slootjes met bruggetjes die eigenlijk bestaan uit veredelde planken met een leuning eraan gemaakt. Soms moet je even een schaap een aai geven om door te kunnen lopen. Daarna kan je nog steeds een keuze maken 25 of 35 km.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Bij mijn start had ik besloten om 35 km te lopen, dus na ruim een uur of drie onderweg te zijn geweest kwam ik weer op de plek aan waar ik de zwaan onder het hek had zien zitten.  Het overzetavontuur kost wel wat tijd. Ja hoor, daar zat ze nog precies in dezelfde houding als drie uur geleden. Met de nodige voorzichtigheid. omdat we allemaal wel de verhalen kennen dat een boze zwaan je een geweldige klap kan geven, heb ik de toestand bekeken. Ze zat muurvast onder dat grote zware ijzeren hek. Ik kon het hek met geen mogelijkheid optillen. Even radeloos om me heen gekeken. Ik wist echter niets anders te bedenken dan om te proberen de bovenkant van het beest naar beneden te drukken met mijn beide handen. Tevens naar voren te duwen. Het bleek het ei van Columbus. De grote vogel was vrij, maar bleek nog niet gered. Aan de andere kant van het hek bleef het beest net zo onbeweeglijk zitten als onder het hek en kon zich in het geheel niet oprichten of op zijn poten staan. Waarschijnelijk geheel uitgedroogd en vermoeid door de vele pogingen om onder dat hek uit te komen en wie weet hoe lang al. Misschien wel dagen. Ze kon nauwelijks haar lange hals omhoog houden. Ik moest snel wat doen, maar wat?

Van de paar langskomende fietsers kon ik ook niets verwachten, want die zwaaiden alleen terug als ik vroeg of ze wilden helpen. Voorzichtig opgetild en recht voor me uithoudend ben ik naar de sloot gelopen en heb haar heel voorzichtig in het water laten glijden. Vijf minuten gebeurde er niets althans zo lang leek het. Toen ging haar kop hel langzaam naar beneden om wat te drinken en om te slikken moest ze haar hals weer omhoog brengen. Wat met veel moeite gepaard ging. Dat slikken gaf een eng raar geluid. Waarschijnlijk door uitdroging van binnen. Dat geluid werd naarmate ze meer dronk steeds minder en uiteindelijk gingen haar poten zwembewegingen maken. Heel langzaam zwemmend bereikte ze het hoekje bij de dam om daar aan wat kroost te nippen. De laatste twee kilometer kon ik met een fijn gevoel afleggen na deze onderbreking.

———————————————————————————————————————————

Belgisch loopavontuur in 1971

ImageIn begin jaren zeventig waren er niet zo veel wedstrijden in Nederland. Vooral niet op de weg. Daarom kwamen Lous Vink (mijn trainingsmaat in die jaren) en ik op het idee eens een wedstrijd in België te gaan lopen. We hadden voor een stratenloop ingeschreven in een stadje waar ik de naam niet meer van weet. Ook de verhalen van mooie prijzen was wel een reden om daar te starten.

De prijzen in Nederland bestonden in die tijd uit medailles of bij grotere wedstrijden uit bekers. Bijna nooit meer dan drie (een eerste, een tweede en een dere prijs). Werd je vierde dan had je pech. Dan knokten we nog wel om bij de eerste zes te komen, omdat de uitslag toen altijd aan het ANP werd doorgegeven en de eerste zes namen stonden dan op maandag in bijna alle dagbladen. Werd je zevende dan moest je maar harder trainen.

Image

Terug naar ons België avontuur. Om een uur of zes ‘s morgens vertrokken we met ons drieën (Louis, mijn vrouw Anke en ik). Na een rustige rit kwamen wij aan in het stadje. We hadden nog ongeveer één vol uur de tijd, maar kregen toch de bekende kriebels. Want we moesten de start nog vinden. Over een viaduct waar we onderdoor moesten zagen we opeens een hele stoet met hardlopers gaan. Wij lachend grapjes maken:”Daar gaan onze tegenstanders ha ha”. En een lol dat we hadden. Het waren natuurlijk trimmers die gestart waren voor de echte wedstrijd dachten wij. Al vonden we wel dat ze voor trimmers erg hard gingen. Nou dat bleek ook wel. Bij het café annex dorpshuis hoorden we dat op last van de politie de start een uur vervroegd was i.v.m. een wielerwedstrijd die na de hartloopwedstrijd gepland was. Het zou te gevaarlijk zijn, omdat het op zaterdagmiddag erg druk werd met het verkeer. Voordat we heel erg boos konden worden kwam er al iemand van het bestuur van de club 1000 maal excuus aanbieden en werd ons gezegd niet weg te gaan, omdat ze de reiskosten wilden vergoeden. Na de wedstrijd dus.

In de zaal aangekomen keken we onze ogen uit. Wat een geweldige prijzen stonden daar uitgestalt! Jammer dat we daar nu niet aan die leuke stratenloop hadden meegedaan en nu ook niets uit konden kiezen. Na de wedstrijd gingen de atleten douchen en omkleden en werden wij drieën verwent met gratis heerlijk ruim belegde broodjes, koffie en ander drinken. Tussen haakjes: er was nog een klein opstootje met een wel heel boze atleet. Het bleek de winnaar van het jaar ervoor, die notabene maar een paar straten van de start woonde en ook te laat was. Hij had zich thuis voorbereid en omgekleed om in wedstrijdkleding naar de start te gaan.

Image

Het was tijd voor de prijsuitreiking en wij vonden het wel vreemd dat we vlakbij het bestuur moesten zitten. Toen de nummer acht zijn prijs had opgehaald werd er pauze gehouden. Het bestuur ging het één en ander uitleggen waar we een kleur van kregen. Nu waren Louis en ik namelijk aan de beurt om een prachtige prijs uit te zoeken. Ik praat nu over gereedschapkoffers met inhoud, stofzuigers enz. We wisten niet wat ons overkwam. We hadden natuurlijk VEEL liever gelopen voor zo’n prijs. Maar het het verhaal is nog niet afgelopen. Toen de allerlaatste loper zijn prijs had gehaald zagen we nog een lange rij lopers die één voor één een prijs mochten uitzoeken. Wie waren dat dan? Wat bleek: ook de uitvallers kregen een prijs. Diegene die het laatst uit was gevallen mocht het eerste, dan de volgende tot degene die als eerste was uitgevallen en dus de laatste prijs kreeg. Wat een ervaring was dit voor ons. Na het ontvangst van de reiskostenvergoeding en ze heel vriendelijk te hebben bedankt keken we nog even om naar de prijzentafel. Daar waar zelfs nu nog mooie dingen lagen oa een mooie stanley blokschaaf. Ik hoorde Louis mompelen: “Nou zou een mooie eerste prijs geweest zijn bij ons.”

België vond ik voor herhaling vatbaar en ik liep kort daarna dan ook in Antwerpen mijn allereerste marathon. Ik genoot weer  van de sfeer van het publiek en de super aardige Belgen.

——————————————————————————————————————————-

Benauwde momenten

Ingezonden door Joop KeizerNog maar pas geleden deed ik mijn rondje om het eiland Marken. Een ronde waarbij je hooguit een wandelaar en een enkele keer een fietser tegen komt. Een kleine tien kilometer geheel om het eiland, inmiddels schiereiland. Enkele jaren eerder liep ik het rondje nog vanuit de jachthaven Uitdam waar wij met onze boot altijd lagen. Dan was het ongeveer een halve marathon.


Niet alleen het tempo werd met de jaren minder. Ook de afstand werd elk jaar wat korter, zodat ik nu met mijn vouwfiets eerst naar het begin van het mooie pad ga.

Ik geef meteen een tip: wanneer je ooit van plan bent om daar eens lopend te genieten dan kan je ongeveer drie kilometer voordat je Marken binnenkomt gratis parkeren. Vlakbij drie enorme windmolens. Iets verderop vind je nog twee van deze parkeerplaatsjes. Het parkeren op Marken is heel duur en veel te druk om je in rust even om te kleden. Deze dag nam ik mijn Jack Russel mee. Wat wel vaker gebeurde, omdat hij heerlijk los kon lopen zonder gevaar van auto’s. Op mijn bagagedrager van mijn vouwfiets heb ik een plastic kratje gemonteerd zodat hij ook het eerste stuk niet hoeft te rennen, maar alleen de tien kilometer op het rustige rondje. Ik start altijd in Oostelijke richting, want dan kom je na drie kilometer bij de mooiste vuurtoren van het IJsselmeer met de bijnaam Het Paard. De vuurtoren stamt uit 1700, maar zijn huidige vorm is in 1839 gerealiseerd. een beauty om van dichtbij te zien.

Ingezonden door Joop Keizer

Tegen het eind van de ronde kom je ook nog langs de oude leuke haven van Marken. Maar deze dag liep het niet als normaal op rolletjes, want net dat ik vlak bij de vuurtoren was kwam er een heel gezelschap mij tegemoet. In de verte zag ik een groot zeilschip voor anker liggen en herkende meteen De Groene Draeck van onze Koningin. Ik was er zeker van, want ook het altijd begeleidende schip van de rijkspolitie te water kon ik daar in de buurt ontdekken. Het gezelschap was met een sloep naar de kust gekomen om daar van een lekkere rustige wandeling te genieten. Naast Koningin Beatrix waren er nog zeker vier andere familieleden van het Koninklijk huis. Een paar kleinkinderen die als bloemen voor oma plukten langs de berm.

Ingezonden door Joop Keizer

Niets aan de hand denkt u misschien. Nou, was dat maar waar. Mijn Jack ontwaarden de twee leuke kleine hondjes van Hare Majesteit en vloog op ze af. Nu wist ik wat jullie niet weten, maar mijn Jack is als pup heel erg te grazen genomen door een reu en sinds die tijd betekent de lucht van een reu maar één ding: VECHTEN! En hij begint ook nog altijd zelf. Met pitbulls of rottweilers, mijn Jack begint. Ik schrok me rot en roepen had geen enkele zin. Ik kreeg al visioenen dat ik de twee vechtende honden in het water moest gooien, omdat de in elkaar vastzittende bekken met geen enkele mogelijkheid los te krijgen zijn. dat was vaak de enige manier, maar dan moest je wel water in de buurt hebben. Joris was dus als snel bij de Koninklijke blaffers aangekomen en ik hield mijn hart vast. Ook de altijd aanwezige beveiligingsagenten waren goed alert en hielden de situatie nauwlettend in de gaten.

Ingezonden door Joop Keizer

De twee hondjes waren teefjes en ik zag dat gelijk aan het gezwaai van Joris zijn staart. Wat een geluk! Hij zou namelijk nooit ruzie maken met teven of geholpen mannetjes. De grootste zorg was voorbij. Er restte mij nog alleen het probleem Joris bij zijn nieuwe vriendinnen weg te halen. Ik kon natuurlijk niet zomaar richting de Koningin lopen. Gelukkig gingen de drie hondjes spelend naar de kant van het pad en na een goedkeurende en knikkende blik van de beveiligers mocht ik mijn hondje in zijn lurven grijpen. Joris gaf behoorlijk grommend protest tegen zijn baasje. Hij liet duidelijk horen dat hij er niet mee eens was. Hij wilde liever bij zijn nieuwe vriendinnetjes blijven. Ik heb Joris voor de zekerheid nog een behoorlijk lange tijd aan de riem gehouden om er zeker van te zijn dat hij niet weer naar de Koninklijke stoet zou rennen. Er ik had weer een verhaal voor mijn vrouw en nu dus ook aan jullie lezers.

———————————————————————————————————————————————-

Bespiegelingen over Berchem

Foto ingezonden door Joop KeizerDeze keer een verhaal over mijn allereerste marathon in 1971. Eigenlijk wilde ik al eerder een marathon lopen, maar dat bleek niet mogelijk omdat je pas in Nederland kon inschrijven na overleg van een bewijs waaruit bleek dat je al eerder een marathon met goed gevolg had uitgelopen. In die tijd waren er twee marathons per jaar in Nederland waarvan één de marathon in Enschede.

Om aan deze marathon mee te doen moest je zelfs al een limiet op een marathon gelopen hebben. Ik meen binnen de 3.30. Dus om hier aan mee te doen bleef er niets anders over dan eerst een marathon in België of Duitsland te lopen waar deze regels niet van toepassing waren. Maar om in te schrijven hiervoor was er ook een lange moeilijke weg te gaan en het lukte mij dus pas in 1971 met behulp van de kersverse marathonkampioen Louis Vink om in te schrijven voor de marathon van Berchem. Om een betere indruk te krijgen in wat voor een droomwereld ik terecht kwam bij de wedstrijd in België, zal ik de situatie schetsen hoe onbekend onze sport was in Nederland.

Foto ingezonden door Joop Keizer

In die tijd waren er meestal maar één en heel soms twee wedstrijden in Nederland in het weekend met als gevolg dat het loopwereldje bestond uit één grote familie. Vrijwel iedereen kende niet alleen elkaar, maar vaak ook elkaars familieleden, omdat die als (en meestal als enige) publiek bij de finish stond. Vaak waren er niet meer dan pakweg 35 deelnemers en ook het aantal toeschouwers was meestal niet veel niet meer. Op enkele klassieke wedstrijden na dan, die wel veel deelnemers hadden. Het loopseizoen begon zo een beetje met de Paasveldlopen en eindigde in begin oktober. Daarna was het over en uit en begon je met het uitstippelen van je wintertrainingsschema om in het volgend seizoen weer sneller en sterker terug te komen. Het was ook een tijd waar je bij elke trainingsloop wel iemand hoorde roepen: “Ze hebben hem al”,of “Hup één twee drie”. Soms kwam er een auto even langzaam naast je rijden waarbij dan iemand uit een geopend raampje hetzelfde begon te roepen. En als er eens een journalist kwam voor een artikel begon hij steevast met de zelfde vraag `Hoe komt het nou dat je hardloper bent geworden en geen voetballer´, waarbij hij je dan ook nog vaak erg onderzoekend aankeek. Later in de jaren “70 kwam er gelukkig een keerpunt door de vele wedstrijden die georganiseerd werden wat voor een hele andere kijk op onze sport zorgde.

Maar net over de grens in Berchem, een klein gezellig stadje behorend bij Antwerpen zoals bv. Diemen bij Amsterdam, was begin jaren´70 bekend door de jaarlijkse marathon. De wedstrijd was een compleet volksfeest! Met de start op vrijdagavond in de Driekoningenstraat die vergelijkbaar is met de Kalverstraat in Amsterdam….. nee… veel gezelliger, alle winkels waren open en er trokken diversen drumbands door de winkelstraten en langs het parcours. In de buurt van de start waren tribunes gebouwd voor de notabelen waaronder de burgermeester er waren zeker 35000 toeschouwers langs het parcours en bij de start was een groot aantal mensen al druk aan het gokken niet alleen op wie er zou winnen maar ook wie de eerste zou worden die uit Berchem zelf kwam. Als je goed keek zag je overal pakjes Frankies van hand tot hand gaan.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Mijn wens was mijn eerste marathon uit te lopen, het liefst binnen 3 uur zodat ik het volgend jaar in Enschede kon meedoen. Ik was al veel gewaarschuwd vooral niet te snel te starten omdat hoe dan ook de beruchte man met de hamer bij de 35 kilometer klaarstond om je een hengst te verkopen. Drinken deed ik niet onderweg, later heb ik ook nog weleens marathons gelopen zonder één slok drinken. In die tijd moest je namelijk zelf je eigen flesjes voor de start inleveren met je naam en startnummer en bij een post moest je dus tussen al die flesjes je eigen drinken zoeken. Dat kostte zoveel tijd dat als ik in een groepje zat dat stopte bij een drinkpost ik gewoon doorliep en bijna nooit meer iemand terug zag van dat groepje. Vaak kon ik dan aansluiten bij lopers voor mij die ook drinkoponthoud hadden gehad. Vele van u lezers zullen nu denken wat ongezond en gevaarlijk, maar wij trainden vaak 30km en zelfs 40km. Het rondje Scharwoude-Eilandspolder zonder te drinken onderweg. Gordels met allerlei flesjes- GPS-en hartslagmeters waren er nog niet. We gebruikten een gewoon horloge met een secondewijzer om soms eens met je hand op je borst je hartslag te controleren als je je wat minder voelde. Dorst had ik wel.

Na de training of wedstrijd nam ik bij de maaltijd mijn ´Godendrankje´ bestaande uit een grote bierpul geheel gevuld met ijsklontjes en daar kon dan precies nog één pijpje bier bij. Ik kan absoluut niet uitleggen hoe lekker dat smaakte. Later toen je makkelijker een kartonnen beker kon wegpakken van een tafel bij een post heb ik wel gedronken, maar echt sneller ben ik er nooit van geworden. Natuurlijk was dat anders bij de ultra’s, maar dan kon je zonder tempo verval een beker weggrissen waarvan na wat slokken de rest altijd over mijn hoofd ging. Na 35 kilometer te hebben gelopen op het schema van 3 uur was ik er vrijwel zeker van dat de hamerman mij vergeten was en begon ik aan een inhaalmars langs vele lopers en eindigde tenslotte in een tijd van 2.39. Bij de prijsuitreiking mocht ik kiezen uit de vele prijzen in natura of iets nemen uit een hele grote supermarktkar vol met artikelen. Ik pakte een grote tray heerlijke jam uit de kar en samen met mijn mooie tijd was ik hier erg blij mee.

Foto ingezonden door Joop Keizer

Een jaar later liep ik opnieuw de Marathon in Berchem. Waar ik een tijd liep van 2.30. En weer bij de prijsuitreiking zo´n zelfde grote kar zag staan. Op het moment dat ik weg wil lopen met een doos heerlijke goede wijn werd ik door iemand van de organisatie terug gehaald. Ik schrok en dacht dat ik misschien geen recht had om die dure wijn te pakken.`Allee manneke, ge heb recht op de gehele kar hoor!´ Bleek dat ik het jaar ervoor ook de gehele inhoud van de kar in de kofferbak van mijn auto had kunnen laden.

Ook dit keer eindig ik niet zonder een avontuurlijk trainingsrondje aan te bieden. Deze keer voor de 8 km, 20 km en 35 km lopers. Mocht je eens in Antwerpen zijn en de trainingsschoenen bij je hebben, parkeer dan de auto dan bij de Scheldekade `parkeerplaats Lange Wapper-Flandria`. Ga langs de kade in zuidelijke richting tot er aan de linkerkant een pleintje te zien is met de naam St. Jansvliet. Op dit pleintje is vaak een hele leuke antiekmarkt, maar er is ook een gebouwtje. Bij binnenkomst lijkt het wel een museum, maar het is een voetgangerstunnel onder de Schelde door en bijna 600 meter lang. Je kunt er gewoon lekker hardlopend doorheen nadat je met de roltrappen heel diep bent afgedaald. Ondertussen genietend van interessante wanden. Er hangen veel foto´s en tekeningen over de bouw van deze tunnel uit 1932. Aan de andere kant weer bovengekomen ga je linksaf en hou je steeds de Schelde aan je linkerhand. De 8 km lopers gaan na twee km de nieuwe fiets- en voetgangerstunnel genaamd `Herbovillekaaitunnel in, om aan de overkant langs de Schelde weer terug naar de parkeerplaats te gaan. De 20 km. lopers gaan door tot Kruibeke en gaan met de veerpont over en daarna zo dicht mogelijk langs de Scheldekade weer terug. Tenslotte de ultralopers van de 35 km, die lopen door tot het pontveer van de plaats Rupelmonde en steken daarmee de Schelde over om aan hun terugweg naar Antwerpen te beginnen.

————————————————————————————————————————————

Bevroren slootje

Foto ingezonden door Joop KeizerTijdens een duurloop van mijn dorp Scharwoude naar Edam en terug (30 km) zag ik halverwege de heenweg een fuut op een beetje vreemde manier op een nog maar pas bevroren slootje zitten. Ik vond het wel raar, maar kon me niet voorstellen dat de fuut nu al vastgevroren zou zijn, dus liep ik gewoon door.

Het parcours wat ik liep was één uur heen, keren in Edam en weer één uur terug onder aan de IJsselmeerdijk. Ik kon het ook als ronde lopen, maar deed dat zelden omdat je dan ook 15 k. op een ventweg langs de drukke N247 moest lopen. Nee, terug weer langs kleine gehuchtjes was veel mooier en rustiger. Ongeveer één uur nadat ik de fuut had zien zitten was ik weer op dezelfde plek aangekomen en jawel de mooie watervogel zat nog onbeweeglijk op de zelfde plek. Ik ben toen gestopt en naar de vogel toe gegaan. Hij bleek inderdaad niet vastgevroren te zijn. In één oogopslag zag ik wat er wel aan de hand was. De ongelukkige vogel had, en wie weet hoe lang geleden, tijdens een duik naar voedsel een doodgewoon, misschien achteloos weggegooid, elastiekje in zijn bek gekregen. Het zat ook nog achter zijn prachtige kuif boven op zijn kop klem. Het was absoluut onmogelijk om ook maar iets van voedsel binnen te krijgen, omdat het voedsel door het elastiekje meteen terugsprong. Geheel uitgehongerd, was hij dus als één van de eerste ten prooi gevallen aan de kou. Wachtend op de hongerdood of misschien op een hardloper die zijn blik niet op oneindig had staan.

Foto gemaakt door Joop Keizer

Nadat ik het elastiekje had verwijderd kon ik de vogel zo niet achter laten en heb hem zonder moeite in mijn trainingsjack gestopt. Ik moest nog ongeveer 10 km, dus het tempo stelde niet meer veel voor. Thuis gekomen heb ik de vogel in een kartonnen doosje gedaan en omdat hij niet op ons voedsel reageerde ben ik meteen met hem naar de Bonte Piet in Midwoud gereden. In deze opvang kan je gewonde dieren, voornamelijk vogels, dag en nacht langsbrengen. Een prachtige instantie die in leven word gehouden door vrijwilligers en donateurs. Aangekomen in Midwoud werd de fuut meteen onderzocht door de daar aanwezige dierenarts die even later vertelde nog nooit zo’n vermagerde fuut te hebben gezien. Het zou moeilijk worden de vogel te redden. Twee maanden later werden wij gebeld met de mededeling dat de fuut zou worden uitgezet in een natuurgebied. Hij had het wonderwel overleefd dankzij hun de goede zorgen.

Een geheel andere vogel die ik hielp was tijdens een duurloopje van 20km rond Amsterdam-Noord. Een heel afwisselend rondje. Op sommige plaatsen verrassend landelijk. Mijn start was in Schellingwoude. Dat is eigenlijk al Amsterdam, maar hier kon ik altijd heel makkelijk en gratis parkeren. De training voerde ook door het Vliegenbos, mijn trainingsgebied uit de oertijd in 1959. Daarna over oude sluisjes en bruggetjes, maar voordat ik weer bij Schellingwoude was kwam ik door een zeer bijzonder mooi oud dorpje genaamd “Durgerdam”. Dit oude vissersplaatsje bestaat voornamelijk uit prachtige houten huisjes. De meesten inmiddels gerenoveerd. Het dorpje bestaat eigenlijk uit een dijk van anderhalve kilometer en beneden deze dijk bevindt zich een lange vaart die uitkomt op het Markermeer en dus een gewilde jachthaven. Verder is het dorpje bekend door een verhaal waar een visser met zijn twee zonen weken lang op een ijsschots hebben rondgedreven op de Zuiderzee en uiteindelijk in Vollenhoven terecht kwamen. De reden waarom ik dit schrijf is omdat de vogel die ik heb geholpen waarschijnlijk tegen één van de honderden maststagen in de haven is gevlogen. Tijdens een geweldige storm met windkracht 10 de dag ervoor.

Image

Tijdens het lopen langs de prachtige huisjes zag ik een voor mij onbekende vogel langs de kant van de weg liggen. Bij nader inzien bleek hij behoorlijk gewond en ook een vleugel leek een knauw te hebben gehad. Wel begon hij zich dapper te verdedigen met een behoorlijk vreemd uitziende snavel waar eigenlijk niets van klopte leek wel. De auto stond slechts twee km verderop en daar aangekomen heb ik hem in de kofferbak gestopt en ben rechtstreeks naar de opvang in Midwoud gereden. Er kwam daar meteen een aardige mevrouw naar me toe die de vogel aandachtig bekeek.. “Wat een aparte vogel is dat nou. Gelukkig is de dierenarts aanwezig, want hij moet niet alleen gehecht worden. Hij is zo te zien met een misvormde snavel geboren. Die kan dan ook gelijk geknipt worden”. Inderdaad dacht ik ook aan zoiets, want zo’n rare kromme snavel had ik ook nog nooit gezien. Hij sloot voor geen meter. De aardige mevrouw vroeg mij de gebruikelijke formulieren in te vullen en nam de vogel mee. Na een behoorlijk lange tijd kwam ze terug en het viel me op dat ze ietwat rood gezicht had. “Neem mij niet kwalijk, maar ik help hier nog niet zo lang”. Ze vertelde dat de dierenarts bijna in lachen was uitgebarsten toen ze vroeg ook de snavel te knippen. “Als ik dat doe is zijn doodvonnis getekend”, had hij gezegd. De vogel bleek namelijk een Kruisbekvogel te zijn, die zijn naam dankt aan een wonderlijke gekruiste snavel waarmee hij op een speciale manier zaden uit de kegels van naaldbomen peutert. Gelukkig is deze bijzondere vogel er ook boven op gekomen.

Hierbij is het verhaaltje bijna afgelopen het is niet zozeer een hardloopverhaal, maar mijn bedoeling was te laten zien dat het gezegde blik op oneindig en verstand op nul flauwekul is.

——————————————————————————————————————————

Bijzonder vrolijke marathon in Schoorl

Foto ingezonden door Joop Keizer. Gerard Berkhout op de fotoIn 1981…sorry lezers, het is weer een oud verhaal van een oude hardloper…trainde Gerard Berkhout..ja, diegene die ik in het vorige verhaal op zo’n gemene wijze versloeg op een 20 km…vaak samen. Vooral in het prachtige loopgebied in Schoorl. Natuurlijk besloten we dan ook de marathon in Schoorl op zondag 15 maart te lopen.

Het parcours was in een paar jaar niet alleen mooier, maar ook behoorlijk sneller geworden. Een heel verschil met de eerste marathon in 1978 toen 17 kilometer zandpaden en bij Hargen een enorme hoge trap over een duin in het parcours was opgenomen. Dat mijn vorm toen goed was bleek 6 dagen later in Maassluis. Daar liep ik 2.29 en dat ondanks de vreselijke spierpijn die ik na 25 km weer terug kreeg. Die spierpijn had ik opgelopen op dat zware parcours in Schoorl. Maar genoeg hierover: we gaan terug naar de marathon in 1981. Gerard voelde zich erg sterk en ik trainde heel hard, omdat ik 6 weken na deze marathon een 100 km in Amerika op mijn programma had staan. Ik zag deze marathon als soort van vormbewijs en wilde niet zo veel rust nemen voor deze wedstrijd, zoals ik gebruikelijk wel deed.

Tijdens de laatste training voor deze wedstrijd, bespraken we in een soort van overmoed een wedstrijdtactiek. De namen van de deelnemers hadden wij inmiddels in het programmaboekje gezien en in de krant gelezen.  We vonden dat we deze wedstrijd wel even naar onze hand konden zetten. We besloten om heel snel van start te gaan in de hoop daarmee de rest schrik aan te jagen. Met heel goed samenwerken konden we dan heerlijk ontspannen samen de race uitlopen en op plaats 1 en 2 eindigen. Zo was ons plan.

Foto ingezonden door Joop Keizer. Joop Keizer op de foto

Nadat het startschot klonk scheurden we het hele lopersveld onmiddellijk aan flarden. Niemand had hier een antwoord op, óf toch wel? Één loper die we allebei niet kenden bleef ons mooi volgen en gaf geen krimp. Zelfs niet toen we na een blik van verstandhouding nog een tandje bij zetten. Het werd zelfs nog veel erger. Na vijf kilometer vond Hans Vrolijk, zo bleek hij te heten hoorden we later, het welletjes en liep gewoon bij ons weg. Ons verbouwereerd achter latend. We konden hem met geen mogelijkheid volgen en toch was ik er niet echt van overtuigd dat hij dat zou volhouden. “Dat redt hij nooit Gerard. Maak je maar geen zorgen” Maar toen hij na 25 kilometer wel vier minuten voor lag was ik er zelf ook niet zo zeker meer van en hield verder wijselijk mijn mond . Totdat we bij 30 kilometer hoorden dat zijn voorsprong geen vier, maar nog drie minuten was. Gerard liep erg sterk, maar ik voelde dat ik geen tempoverhoging aan kon. Ik zei tegen Gerard:”Als je de race nog wil winnen moet je nu gaan!”. Gerard had niet veel zin in en zei:”Waarom ga je niet mee? Ik probeer je wel zo lang mogelijk te volgen”. Nou dat zo lang mogelijk duurde maar twee minuten en daarna liep ik moederziel alleen de laatste twaalf kilometer.

Foto ingezonden door Joop Keizer. Joop Keizer op de foto

Bij 40 kilometer zag ik Hans Vrolijk wandelen. Dat was geen wandelen, dat was zwalken en ik ging hem even later moeiteloos voorbij. Bij de finish zag ik ook Henk Bronswijk voor Hans Vrolijk binnenkomen. Die had Hans ook nog te pakken gekregen en werd derde. Hans Vrolijk dus vierde. Uiteindelijk was onze wens eerste en tweede worden toch uitgekomen. Onze tijden 2.31.43 en 2.33.21, maar we hadden wel een les geleerd. Ook bij onze sport is het zaak de huid niet te verkopen voor de beer geschoten is. Het bleek later dat Hans Vrolijk een nieuweling was en had toen nog geen ervaring op de marathon. Hij zou in de toekomst inderdaad nog mooie tijden lopen op dat nummer.

———————————————————————————————————————–

Bijzondere militaire oorkonde

Joop Keizer aan de linkerzijde. Ingezonden door Joop KeizerDit verhaal gaat over hoe ik in het bezit ben gekomen van een toch wel bijzondere oorkonde. Ik heb eens een keer gelezen in de krant dat hij werd uitgereikt aan een militair die een kind van de verdrinkingsdood had gered. Die verdiende hem dus ECHT. In 1961 werd ik onder de wapenen geroepen. 20 maanden lang voor 1 gulden en 10 cent per dag.

Na mijn opleiding in Bussum werd ik paraat in Eefde. Een prachtige omgeving waar ik al snel op mijn minutenschema trainde. Op de beroemde ijsselbrug in 50 secondes: 325 meter naar beneden en in 2 minuten en 10 seconde weer terug omhoog. En dat 15 keer, dus 30 keer heen en weer. Wel zwaar, maar die 45 minuten vliegen zo om en daarna lekker een rustig duurloopje van 15 km.

En zie na één winter vlogen al mijn persoonlijke records aan flarden en ging van 2.01 naar 1.56 op de 800 meter en vooral mijn 1500 meter ging goed. Er kwam een uitnodiging om mee te doen aan de Militaire landmacht Kampioenschappen waarin ik het jaar daarvoor 2e was geworden en 4e op de Nationale militaire Kampioenschappen (landmacht, luchtmacht en de marine). Nu was ik veel sterker. Tot mijn teleurstelling zag ik dan ook Frans Kúnen op de deelnemerslijst van de 1500 meter staan. Destijds een loper van een klasse waar ik tot op heden alleen maar van heb kunnen dromen. Hij was zelfs deelnemer op de Olympische spelen van 1960 in Rome op de marathon geweest. Ik had er eigenlijk rekening mee gehouden dat hij de 5000 meter of 10000 meter zou lopen. Dat deed de beroepssergeant immers altijd. Maar waarschijnlijk wilde hij naast zoveel 10000 en 5000 meter kampioenschappen ook wel eens een 1500 meter op zijn naam schrijven.

Ik verzoende mij al met weer een 2e plaats, maar de race pakte goed uit. Bij het ingaan van de laatste ronde nam Frans met hoog tempo de kop en met de moed der wanhoop beet ik me vast als een terriér. Tot de laatste 100 meter. Toen gebruikte ik mijn op de ijsselbrug opgebouwde trainingsnelheid om hem van mij af te schudden en werd dus landmachtkampioen. De eerste zes lopers van deze kampioenschappen werden automatisch uitgenodigd om aan de Nationale militaire kampioenschappen mee te doen. De week ervoor had het zo veel geregend dat de sintelbaan in ‘s-Hertogenbosch een soort modderpoel was geworden en daar ik niet zo’n crosser was zag ik de bui al hangen. Die is voor Frans dacht ik.

Joop Keizer aan kop. Ingezonden door Joop Keizer

Twee weken later kon je in de Legerkoerier, het gratis soldaten maandblad, de reden lezen waarom ik toch vrij makkelijk nationaal kampioen werd. De tekst ken ik nog uit mijn hoofd:”Verheugend moet de dag voor wmr.Kúnen zijn geweest toen hij de 5000 meter won. Hij had daarmee zijn 20e militaire atletiekoverwinning behaald! Hij kwam op deze afstand uit in plaats van de 1500 meter op welke hij ernstig werd bedreigd door Joop Keizer die ook in Leiden winnaar was geworden.” Nou Frans als je dit ooit nog eens mocht lezen. Je had mij door die prut zo kwijt geweest hoor! En dat terwijl iemand mij in 1960 nog voor de lol toeriep in het Vliegenbos in Amsterdam-Noord tijdens een training: “Hé Frans Kúnen!” Zo bekend was hij en nu dorst hij niet tegen mij te lopen.

Maar in het begin van dit verhaal staat hoe ik in bezit kwam van die bijzondere oorkonde. Nou die krijg je niet voor een atletiekkampioenschap hoor. Enkele weken na deze gebeurtenis kreeg ik een uitnodiging voor militaire wedstrijden, een soort revance van de kampioenschappen. Ook deze 1500 meter won ik zonder moeite. Kort na de wedstrijd kwam er een sergeant naar mij toe en een beetje zenuwachtig vroeg hij mij te spreken. Hij legte uit dat er op de snelweg een ongeluk was gebeurd en dat de generaal die zo graag de nieuwbakken kampioen had willen zien lopen nu veel te laat gearriveerd was, omdat hij als getuige van dat ongeluk een verklaring moest afleggen. Even voor de duidelijkheid: ik was bij het intendance onderdeel gelegerd. Een onderdeel wat niet bepaalt een stoere naam had en bestond uit klerenmakers, schoenmakers, tentenmakers, koks enz.. Ja lach maar. We waren in tijd van oorlog evengoed de pineut geweest, want dan kwamen we vlak achter het front te liggen om de spullen van de frontsoldaten te repareren en ze van eten te voorzien.

Maar ook als je net als ik alle mogelijke moeite had gedaan om afgekeurd te worden was de kans erg groot dat je bij dit onderdeel terecht kwam. Dus eindelijk een kampioen in deze toch wel een beetje kneuzenhap én de kans om hem te zien lopen was nu verkeken voor de generaal. De sergeant die mij sprak had echter een idee: “Als het niet gevaarlijk is voor je hart zou je dan nog een 1500 meter willen lopen voor de generaal?” Ik:”Maar ik kan toch niet alleen lopen? Daar is niks aan.”. De sergeant die kennelijk nog wat hogerop wilde komen zei meteen: “Daar wordt op dit moment al aan gewerkt. Er starten straks 10 lopers met jou.” Inderdaad na een half uur kwamen er nog een stuk of 10 lopers aandraven. Waar hij ze vandaan had gehaald weet ik nog steeds niet. Een paar van deze lopers kende ik wel van andere wedstrijden. Nu stelde het niet echt veel voor. Twee keer een 1500 meter lopen binnen 2 uur. Op een 800 meter moest je vaak series lopen en dezelfde dag de finale. Mijn vorm liet mij niet in de steek en met een mooie eindsprint won ik voor mijn generaal ook deze 1500 meter.

Ingezonden door Joop Keizer

Enkele dagen later moest ik bij mijn commandant komen en met een jeep reden we samen naar een legerplaats waar een hoge militair mij een met goud bedrukte oorkonde overhandigde. Hij bevorderde mij tot soldaat 1e klasse plus, gaf mij een waardebon en drie dagen prestatieverlof. Zo ben ik dus aan mijn oorkonde gekomen, maar wat ook kan meetellen is dat ik enkele dagen ervoor het 12 jaar oude parcoursrecord van de stormbaan in De Harskamp met ruim 2 min.had verbroken!

—————————————————————————————————————————

Blik op oneindig en verstand op nul

Ingezonden door Joop KeizerDeze zin kom je regelmatig tegen als het over lange afstandlopen gaat. Toch kan ik mij hier niet in vinden. Tijdens de trainingen was ik constant met mijn geest bezig en probeerde ik vaak oplossingen te vinden voor allerlei problemen. Thuisgekomen schreef ik mijn oplossing gelijk op. Die problemen konden van allerlei aard zijn: moeilijke reparaties aan onze boot, klusjes thuis of welke wedstrijd te lopen.

Ook wel over een beslissing die ik moest nemen op financieel gebied: wel een nieuwe auto of toch nog een jaar wachten en welke dan? Maar ook de gelopen tussentijden op het trainingsparcours werden natuurlijk regelmatig gecontroleerd, dus van het verstand op nul klopt niets. Dit betreffende het geestelijk vermogen, maar nu over de blik op oneindig. Nou daar klopt ook niets van. Ik genoot van de afwisselende natuur en voeg er meteen aan toe dat, hoe leuk het ook is om met meerdere lopers te zijn, ik eenmaal thuisgekomen vond dat de echte training compleet aan mij voorbij gegaan was. Wel gelachen en gepraat, maar verder niet kunnen genieten van de rust van mijn eigen gedachten en de omgeving. Nee, dat was heel anders als je alleen liep. Ik zag werkelijk alles. Ook tijdens wedstrijden en dan doel ik niet alleen op de opwaaiende rokjes van dames op de fiets in het voorjaar.

Ingezonden door Joop Keizer

Hier volgt een verhaal over een van de vogels die ik van een wisse dood heb kunnen redden. Tijdens mijn 15 minuten oefeningen die ik altijd deed voordat ik aan een interval schema begon zag ik een hele jonge kauw, die wankelend in de gortdroge grond aan het pikken was. Het had al weken niet geregend en de vogel was er slecht aan toe. Het had twee dagen ervoor gestormd met windkracht 10 en waarschijnlijk was hij of zij zijn ouders kwijtgeraakt of uit het nest gewaaid. Het beestje kon duidelijk nog niet voor zichzelf zorgen en ook nog niet vliegen. Ik kon hem zo oppakken en ben vervolgens in een rustig drafje naar huis gelopen. De vogel had ik in mijn half open trainingsjack gestopt waar hij heel rustig bleef zitten. Thuis gekomen heb ik een kartonnen doos omgetoverd tot kooi en in de bijkeuken gezet. Mijn vrouw was al aan de slag gegaan om voedsel te vergaren. Het was mei, dus volop vette bladluizen in onze rozentakken. Daarnaast moest ik wurmen spitten en in kleine stukjes maken. Dit werd door mijn vrouw Anke met een pincet toegediend hetgeen prima lukte daar Willy, zo inmiddels door mijn kinderen genoemd, verrekte van de honger.

De kauw knapte binnen een paar dagen zienderogen op en huppelde en sprong rond in onze tuin. Vliegen ging nog niet. Na twee weken was Willy al goed aangesterkt door haar lievelingseten: roggebrood, stukjes spaghetti, bladluizen en wurmen.  Na weer wat te hebben rondgehuppeld in de tuin weg vloog Willy weg. Wij opgelucht. De kinderen verdrietig. Na een rondje om ons huis kwam Willy keurig terug en landde op de schouder van Anke. De kinderen blij. Wij iets minder. We hadden gehoopt dat Willy familieleden zou gaan opzoeken, maar dat bleken wij inmiddels te zijn .

Twee maanden was onze vogel nu al een gezellige huisvogel en zelfs als mijn vrouw de was op hing in de tuin, en dat was vaak en met drie kinderen en een aan hardlopen verslaafde echtgenoot. Ze was nooit alleen. Willy zat op haar hoofd of schouder zolang ze in de tuin was. Toch begonnen we ons zorgen te maken. De bouwvakantie stond voor de deur en wat moest Willy als wij drie weken met onze zeilboot het ruime sop kozen. Of het zo moest zijn kwam de natuur ons een handje helpen. Drie dagen voor de vakantie kwam een enorme onweersbui en een grote groep kauwen vloog luid krijsend over ons dorp. Daar waar we op hoopte gebeurde. Willy vloog naar de groep toe en sloot spontaan aan. Mijn vrouw en ik blij, maar de kinderen in tranen achterlatend.

Ingezonden door Joop Keizer. Willy de Kauw

Hierbij is het verhaaltje bijna afgelopen het is niet zozeer een hardloopverhaal, maar mijn bedoeling was te laten zien dat het gezegde blik op oneindig en verstand op nul flauwekul is. Althans bij mij. In het nieuwe voorjaar na dit gebeuren, dus zeven maanden later, zag mijn vrouw een kauw lange tijd op het dak van de buren tegenover ons huis zitten te kijken naar onze tuin. Het zal toch niet waar zijn dacht ze, maar probeerde het toch. Ze riep Willy. De vogel vloog onmiddellijk naar haar toe en landde bijna op haar schouder, maar maakte toch een doorstart en vloog weg. We hebben Willy daarna nooit meer gezien. Het was net alsof het met een afscheid werd afgesloten.

Een volgende keer een vervolg op dit verhaal over het helpen van drie geheel verschillende andere vogels. Zelfs nog een verhaal waarin ik een vis een tweede kans kon geven. Toch kan ik niet altijd helpen, ter illustratie de video Pechvogel van de Staalkade. Een zeer slecht uitziende kraai, die ondanks zijn hier vertoonde slimheid geen schijn van kans heeft om ook maar iets van voedsel tot zich te nemen en ten dode is opgeschreven. Jammer genoeg mislukte al mijn pogingen om hem te vangen.

Ingezonden door Joop Keizer. Pechvogel van de Staalkade

———————————————————————————————————————–

Blub zei de vis

Ingezonden door Joop KeizerOp een mooie voorjaarsdag deed ik mijn 15 min oefeningen voordat ik aan de intervallen zou beginnen. Dit deed ik in de beschutting van een nieuw modern gemaaltje vlak bij het mooie dijkdorpje Schardam. In de buurt van mijn toenmalige woonplaats Scharwoude, Dit nieuwe gemaaltje was in de plaats gekomen van een heel oud gemaaltje. Dit vond ik toen het mooiste plekje van Noord-Holland om je oefeningen te doen.

Vooral in het voorjaar. In de nabijheid van dit gemaal stonden namelijk twee geweldig grote oude bomen: een seringenboom en een appelboom. Gebroederlijk stonden ze naast elkaar en in volle bloei. Werkelijk een genot om in hun schaduw losjes je oefeningen te doen voordat ik aan het zware intervalprogramma zou beginnen. In het najaar liep ik na de interval nog een rondje extra uit om nog even het lekkerste appeltje van de wereld te plukken. Echter tot mijn verdriet en ook woede waren deze twee ogenschijnelijke wilde bomen gewoon in één keer foetsie. In een ver verleden misschien behorend bij een boerderij? Gekapt. Ze deden niets en niemand kwaad. Stonden ook niet in de weg, maar op één of ander kantoor had iemand besloten om in verband met het nieuwe gemaaltje met één pennestreek ook maar meteen deze twee prachtige bomen weg te egaliseren.

Ingezonden door Joop Keizer

Toch had ik een beetje uit gewoonte besloten toch nog hier mijn oefeningen te doen .Het nieuwe gemaaltje had een grote grijper die aan een rails hing en waarschijnlijk eens per dag automatisch een greep deed in de brede sloot vlak voor het rooster van het gemaal. Dit om het vrij te maken van het wier en waterplanten die anders het rooster zouden verstoppen.Terwijl ik bezig was viel mijn blik op een mooi visje van een centimeter of 10, die door de inimiddels ingezakte en opgedroogte plantenresten boven was komen te liggen. In het zonlicht lag hij te schitteren. Wat sneu, dacht ik. Het karpertje, want dat bleek het te zijn, dacht een veilige plek te hebben gevonden tussen de waterplanten. Maar juist deze plek was funest voor hem geweest doordat hij door de grijper gelijk met de waterplanten op het land was beland.

Na de oefeningen wou ik net weg gaan toen ik toch besloot het visje even te bekijken. Echt niet omdat ik verwachtte dat hij nog zou leven. Nee, alleen om hem van dichtbij te bekijken, omdat ik karpers hele mooie oervissen vindt. Net voordat ik hem terug wilde leggen en dacht:”Wat is hij nog mooi en fris” zag ik een lichte trilling in zijn staartje. Nee, onmogelijk! Meteen keek ik met nog meer aandacht en ja hoor, weer trilde het staartje. Op mijn knieën ben ik bij de vaart gaan zitten en mijn handen tot een kom gevouwen met het visje op zijn rug liggend erin. Na twee minuten begonnen zijn kieuwen te bewegen en 10 minuten later probeerde hij zich in de goede stand te draaien. Wat uiteindelijk lukte en even later zwom hij behoorlijk stoer uit mijn handen op weg naar de vrijheid. Een tweede kans. Mij alleen achterlatend. Waar op dat moment mijn vrouwelijke hormonen, die elke man schijnt te hebben, begonnen te werken en mij een euforisch gevoel gaven. Alle vijftien 365 meters die ik nog moest doen gingen die dag niet in 60 sec, maar allemaal binnen de 56 seconden.

Ingezonden door Joop Keizer

Toen ik de zaterdag daarna van een heerlijke haring genoot, moest ik onwillekeurig aan mijn karpertje terug denken die ongetwijfeld van zijn vrijheid genoot.

———————————————————————————————————————————–

Bovenal thuis in Amsterdam

Vlak voor de start in het vak voor de uitgenodigde hardlopers moest ik mijzelf flink in mijn arm knijpen. Was dat nu wel allemaal echt wat hier gebeurde? Of toch weer zo’n droom waar ik de laatste jaren, sinds ik niet meer liep, steeds vaker last van had. Die zondagmorgen lekker vroeg uit bed gegaan, want ik moest mij al om 8 uur melden.

Na twee boterhammen, zonder boter en uiteraard zonder ham, maar met jam, kreeg ik meteen dat licht zenuwachtige gevoel als vroeger voor een wedstrijd. Dat was trouwens leuk: met mijn opgeplakte parkeerkaart, overal waar iedereen werd tegengehouden kon ik na een blik op mijn parkeerkaart met een vriendelijke gebaar doorrijden. Na aangekomen in de sporthal kwam ik onder de indruk van deze ongelofelijke organisatie. Wat een klasse van Le Champion met zijn meer dan 800 vrijwilligers. Alles tot in de perfectie de hele dag. Toen de speciale bus met uitgenodigde lopers op weg was naar Amsterdam besefte ik dat het toch echt ging gebeuren, want bijna was het voor mij niet doorgegaan.

4 dagen ervoor tijdens een snelle 10 km training was mijn hamstringblessure na afloop zo erg dat ik niet eens meer met de hond een rondje kon wandelen. Maar na 3 dagen complete rust voelde ik nagenoeg niets meer en mede door mijn vrouw ..start nou maar gewoon ..ben ik toch maar gegaan al is mijn zelfvertrouwen na 3 dagen rust niet heel groot meer. Toen de bus na een ingewikkelde trip door Amsterdam uiteindelijk aankwam bleek hij 500 meter voor Nemo vast te zijn gelopen geheel tussen de dranghekken kon hij niet meer voor of achteruit wat tot grote hilariteit zorgden. Na het verwijderen van enkele dranghekken kon de bus draaien en via de Ruyterkade kon de bus uiteindelijk onder luid applaus van ons lopers het Nemo gebouw bereiken.

Terug naar de start waar ik mezelf toch steeds weer moest overtuigen dat het geen droom was. Al de camera’s, duizenden lopers en tienduizenden toeschouwers. Het gebeurde echt op minder dan 200 meter van het huis Oude Waal nr 30 waar ik 71 jaar geleden werd geboren. Toeval bestaat niet. Enkele minuten voor de start sprak ik nog even met andere 70-jarige en we zeurden over en weer wat over pijntjes hier en daar tot ik zei: “ho ho wij zijn wel uitverkorenen hoor”. Waar ze mij onmiddellijk gelijk in gaven.

Allemaal over de 70 jaar en dan hier aan mee kunnen doen. Dan moet je toch beseffen dat de Goden met je zijn en je ongelofelijk geluk hebt. Al in de tunnel klonk de eerste muziek bestaande uit grote tam tam trommels. Muziek die de hele wedstrijd door in allerlei vormen en meestal oorverdovend hard ten gehore werd gebracht. Km na km genoot ik van het lopen en de duizenden enthousiaste toeschouwers. Na bijna 3 km kwam ik langs een groot hoekhuis, vlak voor de brug over het NH kanaal, waar ik bewust even de voordeur aanraakte. Voor deze deur kuste ik Anke, mijn vrouw, 47 jaar geleden voor de allereerste keer. Twee uur nadat wij elkaar voor het eerst zagen op een 5 mei feest liefde op het eerste gezicht.

Daarna begon het eerste optellen van de km langs allemaal publiek die je met duizenden enthousiast toeriepen. “Hou vol, goed hoor, zet hem op, geweldig” en dan allemaal die kleine kinderhandjes langs de kant uitgestoken vragend om aangetikt te worden en dan blij waren als je het ook deed. Na de helft van de wedstrijd ga ik in aftellen. Ik liep heerlijk tot 10km en ja hoor de stekende pijn aan de achterkant van mijn dij diende zich toch weer aan. Jammer net nadat ik had besloten een iets hoger tempo te gaan lopen, omdat ik op mij zelf voorgenomen schema van 12 km per uur iets achterstand had opgelopen. Ja nu werd het een kwestie van uitlopen. Uiteindelijk bleek dat ik daarna in plaats van iets sneller toch nog een volle minuut verspeeld heb, maar kon gelukkig wel door en heb nu tijd voor dit verhaaltje, want helaas weer 3 dagen rust.

 

De finish: ook dat was een feest. Wat een ontvangst en wat een organisatie weer met de camera  van NH. TV vol in mijn gezicht kon ik zeggen:”Ik heb het gered hoor Anke…”. Ze bleek het thuisgekomen nog gezien te hebben ook. Leuk, want door omstandigheden kon ze er daar niet bij zijn. Aangekomen in de sporthal werd ik heerlijk gemasseerd en kneep ik me nog even in mijn arm en ja hoor alles was echt gebeurd!